"Moet het op het Kistje van NIKS altijd maar over reclame gaan?". Dát gaat toch echt niet meer op. Was het vorige maand zo'n echte registeracountant als Ruud Koedijk over Artis, nu gaat het over de literator, maar vooral over de dichter Gerard Reve. Pieter Wilschut zorgt voor een mix van cultuur en reclame.


Pieter Wilschut is "nog van voor de oorlog": 1938, Schiedam. Vader (in het verzet) gepakt door de moffen en gefusilleerd. Pietertje was geen briljante scholier; al op de kleuterschool een complete mislukking. Avondopleiding banketbakker. Militaire dienst. Na 22 maanden Koninklijke Marine zijn eerste kantoorbaan: declarant bij een expeditiekantoor. Dat declareren is hem altijd blijven trekken. Zijn geestig bedoelde, Carmiggelt-achtige, stukjes hielpen hem zo rond 1966 de reclame in. Pieter, de laatbloeier. Wie van jullie kent het nog: bureau Nijgh & van Ditmar. Eerst in Rotterdam (samen op één kamer met collega Kees van Kooten). Later naar de Nijgh-vestiging in het Reclame-Mekka Amsterdam. Vandaar naar JWT (maar voornamelijk het nabijgelegen Café Loes). Daar gewerkt voor Kodak, Gillette, Heineken, Chevron. En veel wasmiddelen. Maar ook Douwe Egberts (voor wie hij met Hans Soesan de heren Kanis en Gunnink bedacht). Na 5 jaar JWT freelance. Voor Mölnlycke. Met Dick van de Beemt (R.I.P) voor Renault. Veel voor Don Schothorst. Voor Jack Allick (Mitsubishi, Milky Way). Veel dus. En daarnaast nog zijn sociale contacten bij Café Loetje. 
Druk, druk, druk hoor. 

Pieter Wilschut leest gedichten van Gerard (Kornelis van het) Reve.
Er is weinig dat Pieter leuker vindt dan het - keer op keer - herlezen van het werk van de door hem mateloos bewonderde Reve. Jaloers is hij op zijn virtuoze taalgebruik. Alleen al de stripbewerking van Dick Matena van De Avonden in Het Parool (in 2002) was reden genoeg voor het continueren van zijn abonnement en het aanleggen van een knipsel-verzameling. Om nog maar te zwijgen over de (10 uur durende) integrale voorlezing door Reve zelf van "De Avonden", op de radio in 1991. Met "Terugkeer", de in 1940 door Reve (toen nog Simon van het Reve) in eigen beheer uitgegeven dichtbundel manifesteerde hij zich ook meteen als dichter.
Hij zoog de borst vol adem en stapte in bed. "Het is gezien", mompelde hij, "Het is niet onopgemerkt gebleven". Hij strekte zich uit en viel in een diepe slaap.
Deze laatste alinea van 'De Avonden' wordt vaak de mooiste uit de Nederlandse literatuur van de twintigste eeuw genoemd.


Kom op 7 juli maar luisteren naar Pieter waarom hij Reve ook zo'n bekwaam reclameman vindt. De Afspraak.